Maltese

">

 

                FCI-Standaard  N° 65  /  06. 04. 1998 / GB

                                                          MALTEZER

   Afkomst: Centraal Middellandse Zee gebied.

   Beschermheerschap: Italië.

   Publicatie datum van de origineel geldende standaard : 27. 11. 1989.

   Gebruik: Gezelschapsdier en speelkameraad.

   Indeling  F.C.I.:   Groep 9. Gezelschapsdier en speelkameraad.

                                 Sectie 1: Bichons en aanverwante rassen.

                               Zonder werkproef.

KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING: Zijn naam betekent niet dat hij oorspronkelijk van het eiland Malta komt, omdat het bijvoeglijk naamwoord "Maltese" komt van het Semitische woord "malat", wat betekent; schuilplaats of haven. Deze Semitische oorsprong komt weer terug in een hele serie namen van kustplaatsen. Dat is in de naam van het Adriatische eiland Meleda, de Sciciliaanse stad Melita en ook in die van het eiland Malta. De voorouders van deze kleine hond leefden in havens en kustplaatsen van het Centrale Middellandse zee gebied, waar zij op muizen en ratten jaagden, welke zij vonden in de overvloedige pakhuizen en in de scheepsruimten. In zijn lijst van honden, die bestond ten tijde van "Aristoteles" (384-322 voor Chr.), maakt hij melding van een ras van kleine honden, aan welke hij de naam "Canes Melitenses" verbindt. De hond was bekend in het oude Rome: het favoriete gezelschapsdier van de matrones, werd geprezen door "Straton", de Latijnse dichter van de eerste eeuw na Christus. Afbeeldingen van de Maltezer door talrijke Renaissance schilders, tonen in die periode, deze kleine hond in de salons van die tijd aan de zijde van mooie dames.

ALGEMEEN BEELD: van klein formaat, nogal lang van lichaam. Bedekt door een zeer lange witte vacht, zeer elegant met een trotse en gedistingeerde houding van het hoofd. 

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN: De lengte van het lichaam overschrijdt met ongeveer 38% de schofthoogte. De lengte van het hoofd is gelijk aan 6/11 van de schofthoogte.

GEDRAG / TEMPERAMENT: Levendig, aanhankelijk, zeer volgzaam en zeer intelligent.

HOOFD: Z'n lengte is gelijk aan 6/11 van de schofthoogte. Het is tamelijk breed en overschrijdt enigszins de helft van de lengte.

SCHEDELGEDEELTE:

Schedel: De schedel is enigszins langer dan de snuit; de jukbeen breedte is gelijk aan de lengte en als gevolg hiervan groter dan de helft van de lengte van het hoofd. In de lengteas richting, is die zeer licht eivormig. De bovenkant van de schedel is vlak, met een zeer licht ontwikkelde achterhoofdskruin. De uitpuiling van de voorhoofd been en de bovenste oogkas randen zijn goed ontwikkeld; de voorhoofdsgroef is zo summier, dat die onzichtbaar is; de zijkant van het wandbeen (pariëtaal) is ietwat rond.

Stop: De overgang van voorhoofd naar snuit is sterk aangegeven en maakt een hoek van 90º.

AANGEZICHTSGEDEELTE:

Neus: In het verlengde van de neusrug, van opzij gezien, is de voorkant verticaal. Omvangrijk met open neusgaten, die gerond en absoluut zwart zijn.

Snuit: De lengte van de snuit is gelijk aan 4/11 van de lengte van het hoofd; het is daarom enigszins minder dan zijn helft. De onderkant is goed gevormd (fijn besneden). Zijn diepte is een goede 20% minder dan zijn lengte. De zijkanten van de snuit zijn parallel, maar vanaf de voorzijde gezien, moet de voorsnuit niet vierkant tonen. Aangezien zijn aangezicht naar de snuit zijkanten toe bij elkaar komen door buiging. De voorsnuit is rechtlijnig met een goed opvallende groef in het midden.

Lippen: Van voren gezien, hebben de bovenlippen waar ze samen komen, de vorm van een zeer open boog. Ze zijn weinig ontwikkeld in diepte en de lijn waar de lippen op elkaar komen is niet zichtbaar. De bovenlippen passen perfect op de onderlippen, op zo'n een manier dat het onderste profiel van de voorsnuit begrenst wordt door de onderkaak. De randen van de lippen moeten absoluut zwart zijn.

Kaken: Normaal ontwikkelt, fijn gevormd, en perfect passend/sluitend. De onderkaak met zijn zijkanten zijn recht, welke geen van beide vooruit steken  of  terug wijken in zijn voorste gedeelten.

Tanden: De tandbogen zijn volmaakt sluitend, en de snijtanden staan duidelijk scharend. Tanden zijn wit; het gebit is goed ontwikkeld en compleet.

Ogen: Open, met levendige en oplettende expressie, groter dan je zou verwachten, de vorm neigt rond te zijn. De oogleden sluiten nauw aan op de oogbol, welke nooit diep liggen, veeleer gelijk met het hoofd. Net ietsje puilend. De ogen zijn bijna op het zelfde niveau als het voorhoofd geplaatst. Van voren gezien, mogen zij geen sclera ( het wit van de ogen) laten zien; zij zijn van een donker okerkleur; de oogranden zijn zwart.

Oren: Van een bijna driehoekige vorm, hun breedte is ongeveer 1/3 van hun lengte. Ze zijn hoog boven de jukbeenbogen aangezet, een klein beetje opstaand, en dicht tegen de zijkant van de schedel hangend.

Nek: Alhoewel bedekt met een overvloedige vacht, is de grens van de nek opvallend. Het boven profiel is gebogen. Zijn lengte is ongeveer de helft van de schofthoogte. De hals wordt rechtop gedragen en laat geen losse huid zien.

Lichaam: De lengte van de punt van de schouder tot de punt van het zitbeen is 38% meer dan de schofthoogte.

Toplijn: Recht tot de staartaanzet.

Schofthoogte: Enigszins boven de bovenbelijning rijzend.

Rug: Zijn lengte is ongeveer 65% van de schofthoogte.

Kruis: In het verlengde van de lende en de ruglijn, het kruis is zeer breed en lang en zijn helling is 10º lager dan de horizontale lijn.

Borst: Ruim; lager zakkend dan de hoogte van de ellebogen.(De borstdiepte komt iets onder de ellebogen). Met niet te ronde ribben. De omvang van de borstkas is 2/3 meer dan de schofthoogte. Het borstbeengedeelte is zeer lang. 

Staart: De aanzet is gelijk met het croup, dik bij de staartwortel en fijn aan het uiteinde. De lengte komt ongeveer overeen met 60% van de schofthoogte. De staart vormt een enkele grote boog, waarbij de punt tussen de lenden valt en de croup raakt. Een staart die naar één zijkant van het lichaam gebogen is, is toegestaan.

Ledenmaten.

VOORHAND: In het geheel zijn zij dicht tegen het lichaam, de benen staan recht en gelijk/parallel.

Schouders: Zijn lengte vertegenwoordigd 1/3 van de schofthoogte en zijn schuinte beneden het horizontale vlak is 60º tot 65º in relatie tot het middenvlak van het lichaam en is bijna verticaal.

Opperarm: Langer dan de schouder, en meet 40 tot 45% van de schofthoogte, de schuinte onder de horizontale lijn is 70°. 2/3 van zijn lengte is boven goed tegen het lichaam aangesloten, en zijn lengterichting is bijna parallel tot het middenvlak van het lichaam.

Ellebogen: Parallel naar het middenvlak van het lichaam.

Voorbeen/onderarm: Droog met een paar zichtbare spieren, maar met een tamelijk fors bot structuur in verhouding tot de grote van het ras.           

Middenvoet/polsgewricht: In een verticale lijn met het voorbeen, bewegelijk; mag niet te knobbelig/benig zijn, bedekt met een fijne huid .

Pols: Heeft dezelfde kenmerken als de handwortel en omdat zijn lengte kort is, is het verticaal.

Voorvoet: Rond, tenen gesloten en gebogen. De middelste (grote) en kleine voetkussens moeten zwart zijn, de nagels zouden ook zwart moeten zijn of in ieder geval van een donkere kleur.

ACHTERHAND: Moet in zijn geheel van een stevige beenstructuur zijn, parallel van achter gezien, verticaal vanaf zitbeen tot de grond.

 Bovendij: Zwaar gespierd, de achterkant is rond/bol. Loopt parallel naar het middenvlak van het lichaam, zijn neergaande en de voorwaartse richting is enigszins schuin in relatie tot het verticale. Zijn lengte is bijna 40% van de schofthoogte en zijn breedte is een klein beetje minder dan zijn lengte.

Scheenbeen/onderdij: Met een groef tussen de pees en het bot die nauwelijks merkbaar is. Zijn schuinte beneden het horizontale vlak is 55º. Het is enigszins langer dan de dij.

Hielspronggewricht: De voorwaartse hoeking van de hiel is 140º

Hak: De afstand vanaf de grond tot het punt van de hiel is enigszins meer dan 1/3 van de schofthoogte. Zijn lengte correspondeert tot aan de hoogte van de hiel. Het is volkomen rechtopstaand.

Achtervoet: Net zo rond als de voorvoet, met dezelfde kenmerken.

Gangwerk: Gelijkmatig de grond afschuimend, vrij, met korte en zeer snelle stapjes in draf.

Huid: De huid zit echt dicht om alle lichaamsdelen, gepigmenteerd met donkere vlekjes en vlekjes van een rode wijnkleur, speciaal op de rug. De randen van de oogleden, derde ooglid en lippen zijn zwart.

Vacht.
Haar: Dicht, glimmend, glanzend zwaar vallend en van een zijdeachtige structuur. Zeer lang over het gehele lichaam en recht over zijn gehele lengte zonder sporen van golven of krullen. Op de romp zou het langer moeten zijn dan de schofthoogte en zwaar terug vallend naar de grond, als een cape die dicht aan de romp zit. Zonder openingen in de vorm van bosjes of vlokken en pluis. Bosjes of vlokken en pluis zijn acceptabel aan de voorhand, van de elleboog tot de voet, en aan de achterhand van de knie tot de voet. Er is geen ondervacht. Op het hoofd is de vacht zeer lang, net zo als op de voorsnuit/voorgezicht waar het zich vermengt met de baard, ook op de schedel waar het valt en zich uiteindelijk vermengd met de beharing die de oren bedekken. Aan de staart, valt het haar terug naar één kant van het lichaam, dat wil zeggen dat het op de flank en op de dij, van zo’n lengte is dat het tot de hak reikt.

Kleur: Puur wit; en een bleke-ivoor tint is toegestaan. Aftekeningen/sporen van licht of bleek oranje schaduw/schakeringen worden getolereerd, maar zijn niet wenselijk en vormen een onvolmaaktheid.

Maat en gewicht:

Schofthoogte:                    Reuen van 21 tot 25 cm.

                                            Teven van 20 tot 23 cm.

Gewicht: 3 tot 4 kg.

Fouten: Iedere afwijking van de voorafgaande punten moeten beschouwd worden als een fout die bestraft dient te worden naar gelang de omvang en de ernst.

      * Tweezijdig scheel zien.
     
* Als de lichaamslengte meer is dan 43% van de schofthoogte.

Serieuze fouten:

      * Rams  (Arends)  neus.
     
* Een uitgesproken ondervoorbijt, als deze het uiterlijk van de snuit bederft.
      * De maat van de reuen hoger is dan 26  cm. of lager dan 19  cm.
      * De maat van de teven hoger is dan 25  cm. of lager dan 18  cm.

Diskwalificerende fouten:

      *  Het verergeren van het uiteenlopen of samen komen van de hoofdvlakken.
      * Totaal ongepigmenteerde neus of een neus van een andere kleur dan zwart.
      *
Overbijter.
      * Glasoog
.
      *
Totaal ongepigmenteerde oogleden.
      *
Staartloosheid, ingekorte staart, hetzij aangeboren of gecoupeerd.
      *
Krullend/kroes vacht.
      *
Alle kleuren anders dan wit, met uitzondering van bleek ivoor.
      * Plekken van verschillende kleuren van welke omvang dan ook.

N.B. Reuen moeten twee volledig ingedaalde, duidelijke normale testikels in het scrotum hebben.